Alles over jouw lichaam

Categorie: Nieren

Nierontsteking

Een nierontsteking is het ontstekingsproces dat zich vooral afspeelt in het vaatkluwentje van de nierlichaampjes.

Van de koortsige infectieziekten zijn er enkele waarbij de nieren groot gevaar lopen. Dit geldt in de eerste plaats voor ziekten veroorzaakt door streptokokken zoals keelontstekingen en roodvonk, waarbij in een deel van de gevallen giftige stoffen ontstaan die de nierlichaampjes, met name de vaatkluwentjes, beschadigen. Deze complicatie wordt meestal als een allergische ontsteking beschouwd, die overigens niet alleen de wand van de haarvaten in de nierlichaampjes treft, maar alle haarvaten door het hele lichaam. Hij ontwikkelt zich in het algemeen een tot drie weken na het begin van de infectie. De levende ziekteverwekkers zelf zijn bij de afwijking in de nier niet betrokken, het gaat alleen om hun giftige afvalstoffen. De verschijnselen zijn een sterk gestoorde urineafscheiding: de hoeveelheid urine is zeer gering (soms wordt in het geheel geen urine geproduceerd) en de urine ziet donker of maakt reeds op het oog de indruk bloed te bevatten. Er hoopt zich in het onderhuidse bindweefsel vocht op, waardoor o.a. het gezicht een opgezet uiterlijk kan krijgen, vaak met dikke wallen onder de ogen.

Vaak zijn de patiënten bleek, lusteloos, suf of misselijk. Het ontstaan van deze verschijnselen in aansluiting op een keelontsteking of roodvonk wijst sterk in de richting van een niercomplicatie, die zonder goede behandeling zeer ernstige gevolgen kan hebben, maar bij goede behandeling in de meeste gevallen geneest. Daarbij is van belang dat nierverwikkelingen zich bij lichte keelontstekingen evengoed kunnen voordoen als bij ernstige, zodat ook geringe verschijnselen van een afwijkende nierwerking met grote zorg moeten worden behandeld. Indien bij onderzoek de urine eiwit en bloed blijkt te bevatten wijst dit in de richting van een ernstige beschadiging van de nierlichaampjes. Soms wordt er zoveel eiwit doorgelaten dat er cilindervormige eiwitafgietsels van de nierbuisjes worden gevormd. Inderdaad vertonen deze het beeld van een vergaande, ontstekingsachtige verandering, waarbij meestal zowel de cellen die de wanden van de haarvaten vormen, als die van de daaronder liggende blinde einden van de nierbuisjes zelf sterk zijn gezwollen. Daardoor vermindert sterk de doorbloeding en daarmee de filtratie.

Omdat de nierbuisjes worden verzorgd door takjes van het slagadertje, waarvan de haarvatlissen zich weer verenigen, zal ook de bloedvoorziening van de nierbuizen worden gestoord, waardoor ook deze in hun werking worden belemmerd. De zeer geringe filtratie leidt tot achterhouden van water en zout in het lichaam. Overigens is de vochtophoping in de weefsels waarschijnlijk grotendeels een gevolg van de beschadiging van de haarvatwanden in het gehele lichaam.

Het vochtevenwicht tussen bloedvloeistof en weefselvloeistof wordt verstoord doordat de beschadigde vaatwand voor eiwit doorlaatbaar wordt. Er komen dus bloedeiwitten in de weefsels en de normale vochtaanzuigende werking van het bloedeiwit vermindert. De sterk gestoorde filtratie leidt niet alleen tot het vasthouden van water en zout, maar ook van allerlei andere schadelijke bestanddelen, waardoor zich in ernstige gevallen een echte nier-vergiftiging kan ontwikkelen. De bloeddruk wordt in een deel van de gevallen verhoogd, maar wat hiervan de oorzaak is, is nog niet geheel duidelijk. De weerstandsvermeerdering in de aangetaste, vernauwde nierhaarvaten is daarvoor geen voldoende verklaring.

De patiënt bij wie zich in aansluiting op een keelontsteking, roodvonk of dergelijke ziekte een plotselinge nierontsteking ontwikkelt, behoort in bed te blijven. Hij moet liefst goed (niet overmatig!) warm worden gehouden. De toevoer van vocht en van zout dient te worden beperkt. In het algemeen moet de vochttoevoer niet groter zijn dan nodig is om de onvermijdelijke verliezen (transpiratievocht, waterdamp via de uitademing) te dekken. Het gebruik van zout moet streng worden beperkt, evenals eiwit, omdat de stoffen die bij ophoping in het lichaam tot niervergiftiging aanleiding geven, grotendeels afbraakprodukten van eiwitten zijn. Maar wel moet een voldoende hoeveelheid energierijk voedsel worden gegeven (suikers, vetten) opdat voor de energiebehoefte geen eigen lichaamseiwit wordt afgebroken.

nierontsteking

Ook behoort het dieet van de nier-patiënt weinig kalium te bevatten, want als de nieren dit niet uitscheiden, zou een kaliumvergiftiging met bedenkelijke gevolgen kunnen ontstaan. Antibiotica worden gegeven teneinde de ontstekingsprocessen te onderdrukken. Bij een goede behandeling zal een groot gedeelte van de plotselinge nierontstekingen van dit soort in enkele weken geheel genezen. De filtratie komt weer op gang, de hoeveelheid urine neemt toe en de vochtophopingen in het lichaam verdwijnen. Dan kan het dieet voorzichtig worden uitgebreid. In andere gevallen blijft echter een slepende resttoestand bestaan. Slepende uierontstekingen. Hierbij herstelt althans een deel van de niereenheden zich niet of onvolledig. In een deel van de nierlichaampjes blijft de bloedstroom beperkt en een deel van de nierfilters blijft lek, waardoor steeds eiwit en eventueel bloedlichaampjes verloren gaan. Ook de bijbehorende nierbuisjes blijven min of meer in hun werking gestoord.

Heeft de slepende vorm zich eenmaal ontwikkeld, dan schrijdt de toestand langzaam maar zeker voort. Op den duur gaan steeds meer niereenheden te gronde. In hun plaats komt bindweefsel dat verschrompelt, zodat de hele nier kleiner wordt. De sterke stoornis in de werking van de buisjes blijkt uit het onvermogen van de nier de urine voldoende in te dikken. Er wordt dan steeds urine van gering soortelijk gewicht afgescheiden. De slepende nierziekte kan zich zeer verschillend voordoen. Behalve het verlies van eiwit en bloedlichaampjes zijn er soms min of meer uitgesproken vochtophopingen in de weefsels of gevolgen van onvoldoende uitscheiding van giftige afbraakprodukten. Niet zelden blijkt het onvolledig herstel alleen uit het te hoog blijven of verder oplopen van de bloeddruk. Hoe de verhoging van de bloeddruk tot stand komt is nog niet geheel duidelijk. Bij de hier besproken nierziekten is de bloedvoorziening van het nierweefsel slecht. Slecht doorbloed nierweefsel is gebleken een stof te kunnen produceren die een vaatvernauwende en dus bloeddruk-verhogende werking heeft.

Dit kan echter niet de enige factor zijn die hier in het spel is. Hoe het ook zij, een langdurig verhoogde bloeddruk levert een grote belasting van het hart op en bevordert de slijtageverschijnselen van de slagaders. Daarnaast betekent een hoge bloeddruk een hoge filtratiedruk. De filtratie, ook die door de lekke nierfilters, wordt dus bevorderd, hetgeen leidt tot extra eiwitverlies. In sommige gevallen is het eiwitverlies met de urine zo groot dat het eiwitgehalte van de bloedvloeistof sterk daalt. Hierdoor vermindert de vochtaanzuigende werking van het bloed en treedt veel vocht uit de vaten. Er volgt dus sterke zwelling (oedeem) van de weefsels, o.a. in de buikholte en de borstholte. Door het vochtverlies wordt de totale hoeveelheid bloed geringer en de aanpassing van de bloedsomloop aan hoger eisen, bijvoorbeeld bij inspanning, gaat tekortschieten.

Afzonderlijke vermelding verdient nog een, vooral bij kinderen voorkomende, ziekte waarbij het tot zeer sterke vochtophoping in de weefsels komt en de urine zeer veel eiwit bevat, maar waarbij overigens de werking van de nier niet gestoord blijkt. Het grote eiwitverlies leidt hier op de gewone wijze tot een sterke uittreding van vocht uit de vaten. Over het wezen van deze ziekte is echter nog weinig bekend. Merkwaardig is dat hij soms na een koortsige ziekte geneest. Ondanks al deze afwijkingen kan gedurende vele jaren, soms zelfs tientallen jaren lang, het vermogen van de nieren om schadelijke afbraakprodukten te verwijderen en de samenstelling van de lichaamsvloeistoffen gelijk te houden, blijven bestaan. Zolang dit bij regelmatige controle het geval blijkt te zijn, is het niet nodig het eiwit in het dieet te beperken. Er zal zelfs een eiwitrijke voeding kunnen worden gegeven om de verliezen aan te vullen. Zout echter leidt tot achterhouding van water in het lichaam en dient steeds te worden beperkt.

De arts kan de nierwerking o.a. onderzoeken door de uitscheiding te bestuderen van ureum, het voornaamste eiwitafbraakprodukt. dat weliswaar niet het meest giftige is, maar gemakkelijk in het scheikundig laboratorium kan worden bepaald. Van het ureum dat het eiwitfilter passeert en in de zgn. voorurine komt, wordt een deel weer door de nierbuisjes opgenomen. Een verhoogde hoeveelheid ureum in het bloed geeft een aanwijzing over de aard van de stoornis in het vermogen van de nieren ook andere stoffen uit het lichaam te verwijderen. Een nauwkeuriger aanwijzing kan nog worden verkregen door ook het ureumgehalte van de urine en de urinehoeveelheid te meten. Men kan dan gemakkelijk berekenen hoeveel bloedvloeistof per tijdseenheid door de nieren van ureum wordt gezuiverd.

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*