Alles over jouw lichaam

Categorie: Algemeen

Ligamenten van de hand

Ligamenten van de hand
In de hand bevinden zich een aantal aanhechtingspunten voor bindweefselbanden waardoor beweeglijkheid en behendigheid ontstaat. De pezen kunnen buigers of strekkers zijn, dat wil zeggen dat ze zich samen trekken waardoor of de handen of vingers zich spannen of krommen, of zich ontspannen en strekken. Daarom zijn handpalmpezen meestal buigers of tendors, terwijl de pezen voor de handrug meestal strekkers of adductoren zijn. Uitzondering hierop zijn de parallelle bindweefselbanden of collaterale ligamenten, waardoor de vingers naast elkaar kunnen bewegen. Hier wordt het oppervlak van de handpalm getoond.

Bindweefselscheden van de vingers

De ligamenten van de vingers worden omgeven door bindweefselscheden. Door deze scheden of schachten kunnen de ligamenten samentrekken zonder wrijving uit te oefenen op de omringende zenuwen en vaten. Waar deze schachten de gewrichten tussen de kootjes (falangen) of tussen een kootje en een middenhandsbeentje (metacarpalia) raken, is bovendien een groot gewrichtskapsel aangebracht. Dit gewrichtskapsel omsluit het gewricht en elke bindweefselband die aan de uitsteeksels van de beendereinden zijn gehecht.

Collaterale ligamenten

De beweging van de vingers wordt mogelijk gemaakt door buigers of flexors en strekkers of adductoren. De buigers zoals de oppervlakkige vingerbuigspier (flexor digitorum superficialis) of de diepe vingerbuigspier (flexor digitorum profundus) trekken samen om de vingers te doen krommen. Strekkers bevinden zich op de rug van de vingers en trekken samen om de vingers te strekken. Parallelle bindweefselbanden of collaterale ligamenten lopen langs de zijkanten van de vingers en maken fijn op elkaar afgestemde bewegingen van de vingers naast elkaar mogelijk.

Diepe transversale ligament

De middenhandsbeentjes of metacarpalia zijn door ligamenten met elkaar en met de omringende beentjes verbonden. Eén van die ligamenten is het metacarpalair ligament tussen de botten dat de basis (proximale einden) van de middenhandsbeentjes strak met elkaar en met de handwortelbeentjes (carpalia) verbindt. Een ander is het diepe transversale ligament van de middenhandsbeentjes (metacarpalia), die de koppen (distale einden) van de middenhandsbeentjes overspant en zo de middenhandsbeentjes op een bepaalde afstand van elkaar verbindt. Deze constructie zorgt voor de noodzakelijk laterale ondersteuning om de beentjes van de hand op hun plek te houden. Omdat dit bereikt wordt met behulp van gewrichtsbanden in plaats van met botjes, heeft de hand de mogelijkheid om samen te ballen en om lateraal te spreiden, als ook om longitudinaal te buigen.

Flexor digitorum profundus

De beweging van de vingers wordt mogelijk gemaakt door buigers of flexors en strekkers of adductoren. De buigers zoals de oppervlakkige vingerbuigspier (flexor digitorum superficialis) of de diepe vingerbuigspier (flexor digitorum profundus), trekken samen om de vingers te doen krommen. Strekkers bevinden zich op de rug van de vingers en trekken samen om de vingers te strekken. Parallelle bindweefselbanden of collaterale ligamenten lopen langs de zijkanten van de vingers en maken fijn op elkaar afgestemde bewegingen van de vingers naast elkaar mogelijk.

Flexor digitorum superficialis

De beweging van de vingers wordt mogelijk gemaakt door buigers of flexors en strekkers of adductoren. De buigers zoals de oppervlakkige vingerbuigspier (flexor digitorum superficialis) of de diepe vingerbuigspier (flexor digitorum profundus), trekken samen om de vingers te doen krommen. Strekkers bevinden zich op de rug van de vingers en trekken samen om de vingers te strekken. Parallelle bindweefselbanden of collaterale ligamenten lopen langs de zijkanten van de vingers en maken fijn op elkaar afgestemde bewegingen van de vingers naast elkaar mogelijk.

Gewrichtskapsel

De ligamenten van de vingers worden omgeven door bindweefselscheden. Door deze scheden of schachten kunnen de ligamenten samentrekken zonder wrijving uit te oefenen op de omringende zenuwen en vaten. Waar deze schachten de gewrichten tussen de kootjes (falangen) of tussen een kootje en een middenhandsbeentje (metacarpalia) raken, is bovendien een groot gewrichtskapsel aangebracht. Dit gewrichtskapsel omsluit het gewricht en elke bindweefselband die aan de uitsteeksels van de beendereinden zijn gehecht.

Metacarpalaire ligamenten

De metacarpalaire ligamenten verbinden de vingers met de metacarpalia (middenhandsbeentjes) en de carpalia of (handwortelbeentjes).

Metacarpalia

De hand heeft vijf lange beentjes die zich tussen de handwortelbeentjes (carpalia) van de pols en de vingerkootjes (falangen) bevinden. Deze metacarpalia of middenhandsbeentjes zijn genummerd, beginnend met die van de duim (#1). Aan de kant waaraan ze met de kootjes (falangen) bewegen is de kop (distale einde) van ieder middenhandsbeentje bolvormig en heeft hij kleine uitsteeksels of knokkels waaraan de bindweefselbanden (ligamenten) van de vingers en de handpalm zijn gehecht.

Palmaire ligamenten

Tot de palmaire ligamenten (bindweefselbanden van de handpalm) rekent men de ligamenten die het spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna) verbinden met de polsbeentjes – ook wel carpalia of handwortelbeentjes genoemd – en de ligamenten die de vingers met de de handwortel- en middenhandsbeentjes verbinden, de zogenaamde palmaire metacarpalaire ligamenten.

Palmaire metacarpalaire ligamenten

Tot de palmaire ligamenten (bindweefselbanden van de handpalm) rekent men de ligamenten die het spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna) verbinden met de polsbeentjes – ook wel carpalia of handwortelbeentjes genoemd – en de ligamenten die de vingers met de de handwortel- en middenhandsbeentjes verbinden, de zogenaamde palmaire metacarpalaire ligamenten.

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*