Alles over jouw lichaam

Medische termen en afkortingen: F

Bekijk hier alle Medische termen en afkortingen

 

Een facet is een vlak oppervlak op een bot dat dienst doet als verbindingsplaats voor een ander bot, zoals bij de ribben.

Een facocyte is een capsule die de ooglens omsluit.

Faeces zijn de ongebruikte voedselresten die als een vaste stof via de anus het lichaam verlaten.

Fagocytose is een proces waarbij een schadelijke stof wordt opgenomen en verteerd door een cel. Dit proces speelt een voedende en defensieve rol in de celfuncties.

Een fagosoom is een intercellulaire capsule die de afvalstoffen omvat die zijn opgenomen via agocytose (vernietiging van de schadelijke bestanddelen in weefsel).

Een farmaceutisch product is een geneesmiddel. Met farmaceutisch wordt ook de productie en verkoop van geneesmiddelen bedoeld.

Farmacokinetiek is (de bestudering van) de snelheid waarmee geneesmiddelen door het organisme worden opgenomen en uitgescheiden.

Een farmacopee is de verzameling wettelijk vastgestelde voorschriften voor samenstelling, bereidingswijze en keuring van geneesmiddelen volgens bepaalde farmaceutische normen.

Fascia (bindweefselvliezen) zijn spierweefsels die bij elkaar worden gehouden door bindweefsel en zo een spier vormen. Bindweefselvliezen variëren in dikte en gewicht en bevatten wisselende hoeveelheden vet, vezels en weefselvloeistof.

Fasciculatie is het onwillekeurig en onregelmatig samentrekken van een spier die ogenschijnlijk in rust is (spiertrilling).

De fauces is de keelingang, de doorgang van de mond naar de keelholte.

Febriel is de medische term voor koortsig.

Fenylketonurie (PKU) is een enzymdefect in de stofwisseling dat wordt gekenmerkt door het onvermogen om fenylalanine, een stofwisselingsproduct van een aminozuur, te oxideren in een andere stof, tyrosine. Een opeenhoping van fenylalanine is giftig voor het hersenweefsel.

Een feochromocytoom is een gezwelachtige woekering van chromaffiene cellen (cellen die zich kleuren met chroomkleurstoffen), meestal uitgaande van het bijniermerg.

Ferrum is de scheikundige term voor ijzer.

Een fibril is een kleine, dunne vezel of filament.

Fibrine is een elastisch, onoplosbaar eiwit dat wordt geproduceerd door de werking van trombine op het fibrinogeen in het bloedplasma en het bloed laat stollen.

Fibrinogeen is een oplosbaar eiwit dat wordt gevonden in het bloedplasma en dat onder invloed van trombine wordt omgezet in fibrine. Fibrine is een onoplosbaar eiwit dat van essentieel belang is bij het stollen van bloed.

Fibrinolyse is een enzymatische splitsing van fibrine.

Een fibroblast is een ongedifferentieerde bindweefselcel.

Fibroplasie is de vorming van bindweefsel.

Fibrose is de vorming van littekenweefsel.

Filiform verwijst naar een structuur of spier die zeer dun of draadvormig is.

Een filtraat is een stof die door een filter is gegaan.

De fissura Rolandi wordt ook wel sulcus centralis cerebri genoemd. Het is een groeve aan de convexe zijde van de cerebrumhemisfeer, tussen gyrus pre-centralis en gyrus postcentralis.

Een fissuur is een kloof of scheur in weefsel.

Een fistel (pijpzweer) is een abnormaal kanaal van een intern orgaan dat naar buiten doorbreekt of tussen twee organen loopt.

Een flagel is een zweepdraad; het bewegingsorgaan van micro-organismen.

Flatus is de medische term voor wind, lozing van darmgas.

Flebitis is de ontsteking van een bloedvat.

Flebotomie is een aderlating met insnijding van de ader.

Flexie is het buigen of samentrekken van een spier.

Flexie betekent buiging; de door buigspieren veroorzaakte beweging.

Fluisteren is zó zacht praten dat er geen spraakklanken geproduceerd worden.

Fluorescine is een onschadelijke oranje kleurstof die veelal wordt gebruikt bij de oftalmologie (oogheelkunde) voor het gedetailleerd bekijken van de bloedsomloop en opsporen van zweren.

De focus of het brandpunt is het punt waar lichtstralen samenkomen, nadat zij door de lens van het oog zijn gegaan, waardoor er een beeld wordt gevormd.

Een foetus is een ongeboren baby van zes tot acht weken oud. Hiervoor bevinden de organen zich in de embryonale fase.

Folliculitis is de medische term voor ontsteking van een of meer haarfollikels van de huid.

Een follikel is een zakje of kliertje, zoals een haarzakje.

Het follikelstimulerend hormoon (FSH) is een hormoon dat wordt geproduceerd in de hypofysevoorkwab; bij de vrouw stimuleert het de ontwikkeling van de Graafse follikel en de vorming van oestrogeen, bij de man beïnvloedt het de rijping van de zaadcellen.

De fontanel is een nog niet verbeende plek (opening) in de schedel van een pasgeborene die door een taai vlies wordt bedekt en zich in het begin van het tweede levensjaar sluit.

Een foramen is een opening in een bot of orgaan. Het meervoud van foramen is foramina.

Het foramen Monroi wordt ook wel foramen interventriculare cerebri genoemd. Het is de opening tussen de zijventrikels en de 3e hersenventrikel.

Een forceps is een tangetje waarmee tijdens een behandeling een instrument steriel kan worden beetgepakt of waarmee een weefsel kan worden dichtgedrukt, zoals een bloedvat.

Een fosfaat is een zout of ester van fosforzuur.

Een fossa is een anatomische kuil, groeve of holte, vooral aan de buitenkant van het uiteinde van een bot.

Fotosensibiliteit is een overgevoeligheid voor zonlicht, waardoor huidafwijkingen kunnen ontstaan.

Een fovea is een groef of verdieping.

Het frenulum (tongriem) is de vouw in het slijmvlies waarmee de tong in de mond vastzit.

Frictie is de medische term voor wrijving.

Frons is de Latijnse term voor voorhoofd.

Fundus is de anatomische term voor bodem of basis.

Een fungicide is een zwam- en schimmeldodend middel.

Een fungicidum is een stof die schimmels doodt.

Fusiformis heeft betrekking op een spier die aan beide uiteinden taps (spoelvormig) toeloopt.

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*