Alles over jouw lichaam

Categorie: Infecties

Inentingen

Wat is inenting? Inenting is een preventieve maatregel voor het teweegbrengen van immuniteit tegen infectieziekten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen actieve en passieve inenting. In ons land worden bijna alle kinderen ingeënt. Soms vinden ouders dit niet nodig, bijvoorbeeld om religieuze redenen. Hierdoor worden sommige kinderen blootgesteld aan het gevaar van potentieel ernstige ziekten.

Actieve inenting:

Een verzwakte vorm van ziektekiemen (bijvoorbeeld bij de pokkeninenting) of alleen van de gifstof van die kiemen (bijvoorbeeld bij de tetanusinenting) wordt in het lichaam gebracht, zodat dit aangezet wordt tot het vormen van antilichamen. Zo wordt het lichaam, zonder ziek te worden, voor lange tijd immuun tegen een infectie.

Passieve inenting:

Hierbij worden kant-enklare afweerstoffen ingespoten; men spreekt van passieve inenting omdat de mens die afweerstoffen niet zelf hoeft te vormen. Vreemde afweerstoffen in het lichaam verliezen echter snel hun werking, dus het effect van een passieve inenting is van korte duur.

inentingen

Inentingen zijn voor iedereen, en speciaal voor kinderen, van belang. In de inentingskalender staan alle inentingen aangegeven die bij een bepaalde leeftijd noodzakelijk zijn. In het inentingsboekje worden alle inentingen genoteerd. Vaccinatie begint meestal op de leeftijd van 3 maanden. Hieronder volgt een opsomming van de inentingen en wanneer ze worden gegeven.

Difterie

Dit vaccin wordt in Nederland meestal gegeven in combinatie met het kinkhoest-, tetanus- en poliovaccin (DKTP) en in België alleen in combinatie met het kinkhoest- en tetanusvaccin. De inentingen begint op de leeftijd van 3 maanden en bestaat uit een serie van zes inentingen. Een booster (herinneringsinjectie) kan om de tien jaar gegeven worden.

kinkhoest (pertussis)
Inenting begint op de leeftijd van 3 maanden, in combinatie met de inentingen tegen difterie, tetanus en, in Nederland, polio. Bij een klein aantal kinderen kan een reactie op het vaccin optreden, waarna geen vaccinaties meer worden gegeven. Het vaccin wordt niet gegeven aan kinderen die ouder zijn dan 6 jaar.

Tetanus

Het tetanusvaccin wordt in Nederland meestal aan kinderen gegeven in een serie van zes injecties, op de leeftijd van 3, 4, 5 en 11 maanden en 4 en 9 jaar. Een DTP-booster wordt elke vijftien jaar gegeven. In België wordt tegen tetanus ingeënt op de leeftijd van 3, 4, 5 en 13 maanden en 5 of 6 en 16 jaar. Een booster om de tien jaar volstaat. Bij een wond waar straatvuil in terecht is gekomen moet eventueel eerder worden ingeënt. Raadpleeg hierover uw huisarts. Bij een geïmmuniseerd persoon kan bij een verwonding tetanustoxoïd worden toegediend.

Polio

Het poliomyelitisvaccin wordt in Nederland gegeven in combinatie met difterie, kinkhoest en tetanus (DKTP); dit gebeurt op de leeftijd van 3, 4, 5 en 11 maanden en 4 en 9 jaar. In België wordt dit vaccin via de mond toegediend op de leeftijd van 3, 5 en 13 maanden en nogmaals op de leeftijd van 5 of 6 jaar.

Mazelen

Een levend, verzwakt mazelenvaccin wordt gegeven aan kinderen op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar, in combinatie met een vaccin tegen bof en rodehond (BMR-vaccin). Kinderen met leukemie of een andere ernstige ziekte die verzwakking veroorzaakt of kinderen die worden bestraald, corticosteroïden gebruiken of bepaalde andere geneesmiddelen, mogen niet worden ingeent.

Bof

Het bofvaccin wordt gegeven in 2 injecties op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar, in combinatie met het mazelen- en rodehondvaccin (BMR).

Rodehond (rubella)

Het rodehondvaccin wordt aan alle kinderen gegeven op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar, in combinatie met het bof- en mazelenvaccin (BMR). Hoewel rodehond geen ernstige ziekte is, kunnen de gevolgen voor het ongeboren kind van een zwangere vrouw die rodehond oploopt, ernstig zijn in de vorm van aangeboren afwijkingen. Als een vrouw in haar jeugd niet is ingeënt en op latere leeftijd het vaccin krijgt toegediend, mag ze tot drie maanden daarna niet zwanger worden.

Haemophilus influenzae type b

In Nederland komen alleen kinderen die vanaf 1 april 1993 geboren zijn, voor deze vaccinatie in aanmerking. De Hib-injectie worden gegeven op de leeftijd van 2, 4, 6 en 12 tot 18 maanden en biedt bescherming tegen één van de twee belangrijkste bacteriële verwekkers van onder meer hersenvliesontsteking (nekkramp). Ook in België wordt vanaf 1993 ingeënt tegen hersenvliesontsteking.

Hepatitis B

Er zijn twee vaccins beschikbaar voor mensen die geen hepatitis B-besmetting hebben doorgemaakt en een risico lopen om de ziekte te krijgen.

Hondsdolheid (rabies)

Als u bent gebeten door een hondsdol dier, moet u ingeënt worden. Dit gebeurt door middel van zes injecties, te beginnen maximaal één maand na de besmetting. Indien u niet wordt gevaccineerd, kan een beet van een hondsdol dier dodelijk zijn. Voor sommige groepen mensen kan een preventieve vaccinatie nuttig zijn.

inentingen kalender

Plan voor preventieve inentingen, volgens welk schema kinderen tegen de meest voorkomende en gevaarlijkste infectieziekten geïmmuniseerd worden.

D = Difterie
K = Kinkhoest (Pertussis)
T = Tetanus
P = Poliomyelitis
B = Bof (Parotitis)
M = Mazelen (Morbilli)
R = Rodehond (Rubella)
H.I.B. = Haemophilus Influenzae type B (een van de verwekkers van hersenvliesontsteking (meningitis)
B.C.G. = Bacille Calmette-Guérin (een inenting tegen tuberculose, deze inentingen wordt op indicatie uitgevoerd en is derhalve niet in het inentingen schema opgenomen)

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*