Alles over jouw lichaam...

Categorie: Spieren

Spieren

De spieren van het menselijk lichaam vertegenwoordigen bijna de helft van het totale lichaamsgewicht. Spieren zijn er op alle plaatsen in het lichaam, in de huid, in de ogen en in het hart. Alle bewegingen, van het knipperen met de ogen tot en met een sprong in de lucht, berusten op spierarbeid. En dat geldt ook voor bewegingen binnenin het lichaam, bijvoorbeeld de hartslag of het transport van voedingsstoffen door de darm.

Het menselijk lichaam kent meer dan vierhonderd spieren. Bij de man bestaat meer dan 40% van het lichaamsgewicht uit spieren. In het vrouwelijk lichaam is het aandeel aan spierweefsel geringer, er is daar meer vetweefsel. De kleinste skeletspieren zijn de spiertjes in het middenoor. De grootste skeletspier is de grote zitspier.

In het menselijk lichaam onderscheidt men drie soorten spierweefsel. In de eerste plaats de skeletspieren, die zo heten omdat ze bevestigd zijn aan de beenderen. Een tweede soort spieren is verantwoordelijk voor de bewegingen van de holle organen en vaten, het inwendig systeem De voor ons nauwelijks waarneembare bewegingen van de zogenoemde gladde musculatuur zorgen ervoor dat dit systeem ook tijdens de slaap blijft functioneren.De derde spierweefselsoort, het hartspierweefsel, treft men alleen in het hart aan. Alle drie soorten onderscheiden zich van elkaar door structuur en fysiologische eigenschappen.

Als een spier zich samentrekt, wordt zijn lengte korter en de doorsnede groter. Door deze inkorting wordt trekkracht uitgeoefend. Spieren kunnen immers alleen trekken, en niet schuiven of drukken. Als bijvoorbeeld de dijbeenspier zich achter ontspant, dan wordt hij slap, maar het kniegewricht wordt er niet door gestrekt. Voor het strekken van het kniegewricht moet de dijbeenspier aan de voorzijde zich inkorten en daardoor aan het scheenbeen trekken. Veel spieren in ons lichaam functioneren paarsgewijs. De ene spier trekt een anatomisch element in de ene richting, zijn tegendeel beweegt het de andere kant op. Hierna zal de spierarbeid uitvoerig beschreven worden.

De skeletspieren laten alnaar gelang hun taak de meest uiteenlopende vormen zien. De meeste zijn evenwel lang en dun. Veel skeletspieren zijn aan weerszijden van een gewricht aan de beenderen bevestigd, zodat ze de gewrichten kunnen buigen.

Enkele spieren zijn plat. Het middenrif, een voor de ademhaling belangrijke spier, is bijvoorbeeld een vlakke plaat. Sommige gezichtsspieren hechten aan de huid aan en niet aan een bot. De spieren waarmee wij lichaamsopeningen kunnen sluiten, zijn daarentegen ringvormig. De skeletspieren zijn dwarsgestreept; de meeste skeletspieren hebben een spierbuik en een twee uiteinden, de oorsprongspees en de aanhechtende pees. Door deze pezen wordt de spier met het bot verbonden, waarbij evenwel de richting van de spiervezels niet altijd in overeenstemming is met de richting van de spier. Sommige spieren hebben ook twee of meer koppen; andere hebben twee spierbuiken. Weer andere hebben verscheidene vezelige scheidingswanden. Skeletspieren zijn ingebed in een omhulsel van bindweefsel; dit wordt een spierbundel genoemd en kan hele spiergroepen betreffen.

Voor het samentrekken van een spier, de spiercontractie, is een chemische gebeurtenis nodig die de contractie op gang brengt. Een dergelijke prikkel bewerkstelligt dat de spierfibrillen van een
spiercel geprikkeld worden en dat de cel zich verkort. De spierfibrillen bestaan uit twee eiwitverbindingen: het donkere myosine en het heldere actine. Daardoor laten de skeletspieren onder de microscoop een dwarsgestreept beeld zien.

Spierarbeid vergt energie. Energie wordt geleverd door glucose, die doorgaans wordt verkregen uit de koolhydraten in de voeding. De glucose kan in de spieren zelf in de vorm van glycogeen worden opgeslagen, maar kan ook via de bloedsomloop uit andere delen van het lichaam aangevoerd worden. Om energie vrij te maken wordt de glucose in een aantal opeenvolgende chemische processen afgebroken. Voor deze laatste reactie is zuurstof nodig, die door middel van de rode bloedlichaampjes in de spieren wordt gebracht.

Er zijn twee soorten skeletspiercellen, rode en witte. De rode spiercellen blijven langer werkzaam dan de witte, maar de witte cellen kunnen in een korte tijd meer kracht vrijmaken dan de rode. Ook als ze niet direct actief zijn, worden de spieren niet volledig slap; zij behouden steeds een bepaalde actieve spanningstoestand. Die spanning noemt men de contractiele tonus of spiertonus, die zich in verschillende gradaties laat indelen.

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*