Alles over jouw lichaam...

Categorie: Skelet

Wervelkolom

De wervelkolom van de mens bevindt zich aan de achterzijde van het lichaam. De belangrijkste taken van de wervelkolom zijn: ondersteunen van het lichaam, vering (vooral tegen hersen schuddingen) en bescherming van het ruggenmerg. De afzonderlijke wervels zijn van elkaar gescheiden door bandschijven c.q. tussenwervelschijven (disci intervertebrales). Deze werken als schokbrekers. Tussenwervelgaten (foramina intervertebralia) zorgen ervoor dat de ruggenmergzenuwen de wervelkolom kunnen verlaten. Wervelbooggewrichten (articulationes zygapophysiales) zijn van invloed op de bewegingsmogelijkheden van de afzonderlijke delen van de wervelkolom. Ze behoren tot de synoviale verbindingen van het menselijk lichaam. Verschillende banden, ook wel ligamenten (syndesmosen) genoemd, die zich tussen de werveluitsteeksels bevinden, overspannen bijna de hele wervelkolom. De boven het heiligbeen liggende wervels worden vrije (presacrale) wervels genoemd.

Zij vormen de vrije wervelkolom. Deze maakt bij volwassenen ongeveer 35% van de lichaamslengte uit (55-63 cm. lang). Bij een rechte lichaamshouding is de wervelkolom van een volwassene dubbel S-vormig gebogen (bij viervoeters enkel S-vormig). De wervelkolom heeft twee convexe krommingen. Deze zijn voor het halsgedeelte en het lendengebied normaal (hals- en lendenlordose).

Twee naar voren toe concave krommingen zijn normaal voor het borstgedeelte en het heiligbeengebied (borst- en sacraalkyfose). Een zijwaartse kromming van de wervelkolom (scoliose) is altijd abnormaal.De wervel (vertebra) heeft in zijn basisvorm een wervellichaam (corpus vertebrae), een wervelboog (arcus vertebrae), een doornuitsteeksel (processus spinosus), twee dwarsuitsteeksels (processus transversus) en vier gewrichtsuitsteeksels (2 processus articulares superiores en 2 processus articulares inferiores).

Wervelkolom

Wervelkolom

De menselijke wervelkolom bestaat uit 33-34 wervels

Men onderscheidt de volgende delen:

* halswervelgedeelte met 7 halswervels (vertebrae cervicales)
* borstwervelgedeelte met 12 borstwervels (vertebrae thoracicae)
* lendenwervelgedeelte met 5 lendenwervels (vertebrae lumbales)
* heiligbeen (os sacrum), dat uit 5 met elkaar versmolten
* heiligbeenwervels bestaat
* staartbeen (os coccygis), dat uit 3-5 rudimentaire
* staartbeenwervels bestaat.

Wervellichaam en wervelboog vormen samen het wervelgat (foramen vertebrale). Alle wervelgaten samen vormen het wervelkanaal (canalis vertebralis), waarin zich het ruggenmerg bevindt. Al naar gelang de eisen die eraan gesteld worden, wijkt de vorm van de wervels in de verschillende delen van de wervelkolom van de basisvorm af.

Columna vertebralis; as van het skelet, draagt het hoofd en steunt de romp. De wervelkolom bestaat uit 24 ten opzichte van elkaar beweeglijke wervels: 7 halswervels (cervicale wervels), 12 borst- (thoracale) wervels en 5 lenden- (lumbale) wervels. Aansluitend aan de lendenwervels ligt het vast met het bekken vergroeide heiligbeen (os sacrum) dat gevormd wordt door 5 benig vergroeide heiligbeenwervels. Daarop volgen de tot het staartbeen (os coccygis) vergroeide 3-4 staartbeenwervels.

Iedere wervel (spondylus, vertebra) bestaat uit een wervellichaam met aan de achterzijde een wervelboog om het wervelgat; middenachter bevindt zich aan de wervelboog het doornuitsteeksel. De wervelgaten vormen samen het wervelkanaal, waardoor het ruggenmerg met zijn vliezen en bloedvaten loopt. Aan weerszijden van iedere wervelboog bevinden zich nog dwarsuitsteeksels. Bovendien bezit iedere wervel boven en beneden twee gewrichtsuitsteeksels. Tussen de wervels liggen de tussenwervelschijven. De beweeglijkheid van de wervelkolom wordt bepaald door de vele gewrichtjes (voornamelijk de gewrichtsuitsteeksels) en tot op zekere hoogte ook door de tussenwervelschijven. Talrijke banden en gewrichtskapsels zorgen voor steun, een gecompliceerde musculatuur zorgt voor de nodige spanning, resp. verandering van positie. Van opzij gezien vertoont de wervelkolom enkele natuurlijke krommingen: een lichte kromming (kyfose) ter hoogte van het borstbeen, die door een kromming naar voren (lordose) ter hoogte van de lendenen wordt gecompenseerd. Heiligbeen en staartbeen vormen samen dan weer een halve cirkel naar achteren. Door deze krommingen worden schokken verend opgevangen. De ruggenmergszenuwen treden telkens naar links en naar rechts door uitsparingen tussen de wervelbogen naar buiten.

Wervelbeenderen en wervelgewrichten kunnen, zoals alle andere botten, degenereren of ontsteken (zie artritis, artrose, spondylitis). Bovendien kunnen zij aangetast worden door een tumor of een metastase. Enkele typische wervelaandoeningen zijn de ziekte van Bechterew, de ziekte van Scheuermann, spondylolisthesis en spondylitis (wervelontsteking, zie onder andere tuberculose). Naast ziekten in de benige delen van de wervelkolom spelen ook aandoeningen van de kraakbeenschijven een belangrijke rol. De tussenwervelschijven zijn vatbaar voor degeneratieve processen; ze kunnen dunner worden of verschuiven. Wanneer de vezels aan de buitenkant van de schijven scheuren kan hun binnenkant (nucleus pulposus) gaan uitpuilen in het wervelkanaal, gesproken wordt dan van een hernia nuclei pulposi. Afgezien van de van buitenaf zichtbare afwijkingen van de wervelkolom zoals bochel (gibbus, kyfose), holle rug (lordose) en zijwaartse krommingen (scoliose), veroorzaakt door de hierboven beschreven ziekten, zijn aandoeningen aan de wervels of de tussenwervelschijven meestal ernstiger dan vergelijkbare afwijkingen aan andere botten, omdat geringe veranderingen ten opzichte van de normale structuur van de wervelkolom het ruggenmerg en de zenuwen (zie zenuwstelsel) al aanzienlijk kunnen schaden.

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*