Alles over jouw lichaam...

Denken

Denken is een van de geestelijke functies. De mens bestaat uit geest en lichaam, waartussen een nauwe en innige samenwerking en wisselwerking bestaat. Bepaalde delen in de menselijke hersenen moeten worden beschouwd als de plaats waar, op overigens nog onbegrepen wijze, de verbinding wordt gelegd tussen geest en lichaam en waar zich de belangrijkste geestelijke functies zoals denken, bewustzijn, wilsuiting, herinnering en waarneming bevinden. De vraag moet worden gesteld of het proces van het denken en ook van de andere geestelijke functies zich leent voor wetenschappelijk onderzoek.

De natuurfilosoof Schrödinger gaat hierbij uit van de volgende stelling: ‘Onze wereld wordt gevormd door gevoelens, waarnemingen en herinneringen. Het is zeker gemakkelijk deze wereld een op zichzelf staand en objectief bestaan toe te kennen, maar dit heeft niets te maken met de verschijningsvorm. Deze hangt af van een reeks processen die zich in de hersenen van de mens afspelen. Een belangrijke vraag is dus: wat zijn de specifieke eigenschappen die aan het hersenproces het vermogen verlenen om het bestaan van de buitenwereld duidelijk te maken?’

Er wordt wel gesteld dat door het eigen karakter van de geestelijke gevoelens en waarnemingen de menselijke geest geen deel uitmaakt van de aanschouwelijke en objectieve verschijnselen. Onder geest wordt verstaan de geestelijke activiteit, die bewust wordt uitgeoefend op het terrein van de waarneming, het denken, de herinnering en de wilsuiting. Deze verschijnselen zijn, voorzover bewust, inwendige individuele ervaringen. Een van de centrale problemen is dat de geest en de geestelijke ervaringen ontsnappen aan de zintuiglijke waarneming. De zintuigen beschikken over geen enkele mogelijkheid om zich een voorstelling van de geest te vormen. Het geestesproces is nog niet proefondervindelijk waargenomen. Bij het onderzoek naar het denken van de mens wordt gebruik gemaakt van een proefopstelling, waarbij aan een proefpersoon een probleem wordt voorgelegd dat niet machinaal kan worden opgelost door van eerder opgedane ervaringen gebruik te maken.

Bij het oplossen van het voorgelegde probleem zal de proefpersoon in de regel een aantal stadia doorlopen. Allereerst zal hij door onderzoek en ontleding trachten een strategie op te stellen. Vervolgens zal hij een of meer oplossingsmethoden beproeven en die zo nodig wijzigen om tot de oplossing van het probleem te komen. Ten slotte zal hij de oplossing onderzoeken op haarjuistheid. Soms zal de proefpersoon zijn toevlucht nemen tot raden en indien daarmee de juiste oplossing voor het probleem wordt gevonden, zal hij trachten na te gaan op welke wijze de oplossing logisch in elkaar zit.

Het denkproces kan worden geïllustreerd met het volgende probleem. Aan een proefpersoon wordt gevraagd 42 liter benzine in een tank te doen, terwijl hij de beschikking heeft over een drietal vaten met een inhoud van respectievelijk 84, 18 en 12 liter en verder onbeperkt gebruik kan maken van een benzinepomp. Het antwoord is dat men eerst het grote vat geheel moet vullen, vervolgens het 18-liter vat volgooit door dit af te tappen van het grootste vat (de hoeveelheid benzine in het grootste vat wordt dan 84—18 = 66) en daarna twee maal het kleinste vat vult (66—12 = 54 en 54— 12=42).

Bij het oplossen van dit probleem Zijn de drie stadia van het denkproces te herkennen: door onderzoek en ontleding van het probleem wordt getracht een oplossing te vinden; het blijkt dat men met een van de vaten of een combinatie ervan niet uitkomt, vandaar dat de procedure gevolgd wordt door eerst het grootste vat te vullen en van hieruit de twee andere, het restant dat in het grootste vat overblijft is uiteindelijk de gevraagde hoeveelheid van 42 liter. In de tweede fase zal de proefpersoon een of meer oplossingsmethoden beproeven.

Zoals boven al werd aangegeven betreft dit vooral de keuze van de volgorde van de vaten.

Ten slotte zal hij de oplossing onderzoeken op haar juistheid door op papier uit te rekenen en daarna na te rekenen of inderdaad in het grootste vat 42 liter over is.

Eerder opgedane ondervindingen kunnen behulpzaam zijn bij het oplossen van het probleem. omdat of het probleem zich leent voor benadering met een soortgelijke methode die men eerder reeds heeft toegepast, of iemands vroegere ervaringen tot de kennis hebben geleid die nodig is voor het oplossen van het nieuwe probleem. Een enkele keer kan het voorkomen dat iemand een probleem heeft opgelost voor hij zich daarvan bewust is.

De mens vertoont opvallende gebreken in de kwaliteit en doelmatigheid van zijn denken. Het blijkt voor een mens bijzonder moeilijk bij het oplossen van een probleem strikt aan een bepaalde werkwijze vast te houden. Dit komt o.a. tot uiting in de analyse van een denk-taak. Aan proefpersonen wordt gevraagd, in gedachten een platliggende rechthoekige figuur een aantal keren van stand te doen veranderen. Welke veranderingen dat telkens moeten zijn staat op een lijstje, waarop iedere verandering door een letter is aangegeven. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat men bij het eenmaal helemaal ronddraaien (waardoor de figuur in de uitgangsstand terugkomt) een cirkel doorloopt die, zoals gebruikelijk, wordt verdeeld in 360 gelijke delen, graden geheten. Een hoek van 90° is dus rechthoekig, 450 is een scherpe hoek gelijk aan de helft van een rechte hoek en 1800 is precies ondersteboven. De sleutel van wat die letters betekenen heeft de proefpersoon voor zich liggen: A betekent 450 naar rechts draaien (wentelen), B 90° naar links, C 1350 naar rechts, D 180° naar links, enz. Zijn taak is de eindstand van de figuur aan te geven in termen van één van de elementaire, dus met één letter benoemde, veranderingen.

De taak is eenvoudig. Een rekenmachine zou er geen enkele moeite mee hebben. Rekenkundig is de oplossing: tel de veranderingen bij elkaar op, deel door 180° en druk de rest van die deling in de bijpassende letter uit. Maaide proefpersonen maken het ingewikkelder. Ze stellen zich de nieuwe stand van de figuur telkens visueel voor. Ze drukken iedere nieuwe stand in een elementaire draaiing uit, bijvoorbeeld : 270° naar links gedraaid, dat is 90′ (360° —270°) naar rechts. Ze doen dan ook telkens iets anders, door bijv. nu eens stuk voor stuk de veranderingen in de geest uit te voeren en dan weer eerst twee draaiingen tot één te combineren (A en nog eens A, dat is 45 +45“, dat is 90°, dat is B).

Eenvoud en rechtlijnigheid van een ideale methode staan tegenover de springende ingewikkeldheid bij de mens.

De reden van deze ingewikkeldheid en onregelmatigheid van werkwijze is niet moeilijk te vinden. Hij ligt in de uiterste beperktheid van wat men het menselijke ‘werkgeheugen’ zou kunnen noemen. Men ziet geen kans meer dan een paar inhouden tegelijk ter beschikking te houden van het denkproces. De mate van beperktheid van dit werkgeheugen is wellicht verrassend.

Onderzoek naar de verschijnselen van het menselijk denken levert een lange lijst op van onvolkomenheden in dit denken en in de voorwaarden daarvan: de beperktheid van het werkgeheugen, de onmogelijkheid van systematische zoekprocedures in het geheugen, de ongeordendheid van het denkverloop, het slechte gebruik van waarschijnlijkheden, de beïnvloedbaarheid van het denken door verwachtingen, verlangens en doelstellingen en ten slotte de kwetsbaarheid, de stroefheid en de vooringenomenheid van het proces van indelen. Vrijwel al deze tekortkomingen blijken een nuttige kant te hebben of dienen voor een betere aanpassing aan de taken die de hersenen te doen hebben.

De tekortkomingen zijn als het ware te vertalen als offers gebracht voor andere en wellicht belangrijker doeleinden. Soepelheid van het denken, aanpassing aan wisselende situaties, improvisatievermogen, fantasie met zijn nuttige mogelijkheden voor het voorzien en het kunnen aan voelen, vermijding van geestelijke overbelasting door selectie, vermindering van angst en onzekerheid, behoren tot de grote winstpunten die verbonden zijn aan onze geestelijke organisatie.

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*