Alles over jouw lichaam...

Nicotine

Nicotine is basisch alkaloïd, aanwezig in blad-, stengel- en bloemdelen van de tabaksplanten van het geslacht Nicotiana (Nicotiana tabacum). Een base is het tegengestelde van een zuur. Het vormt met zuren zouten. Een alkaloïd is een plantaardige, dus organische base. Andere alkaloïden zijn kinine en strychnine. De meeste alkaloïden zijn giftig. Sedert meer dan ioo jaar voor onze jaartelling was dit kruid al aan de indianen van Zuid- en Mid-den-Amerika bekend en werden de plantedelen in min of meer bewerkte vorm gebruikt bij allerlei ceremoniën en rituelen.

De Spanjaarden haalden de plant naar Europa waar hij sedert de zestiende eeuw wordt geteeld. Aan het begin van de negentiende eeuw werd voor het eerst nicotine aan tabak onttrokken, hoewel niet in zuivere vorm. Het zuivere alkaloïd is een kleurloze, olieachtige vloeistof, die onder invloed van licht en lucht bruin kleurt. De geur is sterk tabakachtig, de smaak scherp en brandend.

Nicotine werkt aanvankelijk stimulerend (prikkelend) op het lichaam in, daarna gaat het verlammend (remmend) werken op het spierstelsel.

nicotine

In het autonoom zenuwstelsel komt overdracht door twee verschillende scheikundige stoffen voor: door acetylcholine en door adrenaline. Nicotine bootst als het ware de werking van het acetylcholine na indien aanwezig in geringe hoeveelheden. Grotere hoeveelheden nicotine blokkeren de overbrenging, waardoor verlammingsverschijnselen optreden.

nicotinezuur

tot het vitamine B2-com-plex behorend, in water oplosbaar zuur, dat kunstmatig verkregen kan worden door oxidatie (verbinding met zuurstof) van o.a. nicotine (het gif dat in tabak voorkomt). Gebrek aan nicotinezuur, dat in het lichaam gemakkelijk wordt omgezet in nicotinezuuramide, veroorzaakt een gebreksaandoening (zie Avitaminose).

nicotinegehalte van bloed

Met een nieuw ontwikkelde scheikundige analysemethode kunnen thans zeer kleine hoeveelheden nicotine in het bloed worden bepaald. Een reeks onderzoekingen met een groep proefpersonen gaf opmerkelijke resultaten. De eerste bepaling werd gedaan in de ochtend, zodat de laatste sigaret ten minste 8 uur tevoren was gerookt. Daarna rookte de proefpersoon zijn gebruikelijke merk sigaretten zoveel hij wilde gedurende zes-en-een-half uur. Een half uur na het roken van de laatste sigaret werd een bloedmonster genomen. Het gemiddelde gehalte aan nicotine van het bloed was in de ochtenduren: 3 mg/ml en 30 minuten na de laatste sigaret 25 mg/ ml.

Na het roken van iedere sigaret treedt een piek in het nicotinegehalte op. De hoogte van deze piek is sterk afhankelijk van de wijze van roken (bijv. al of niet inhaleren). Het roken van een volgende sigaret geeft weer een piek. Elke piek daalt weer na verloop van 10—15 minuten, maar, naarmate het aantal sigaretten toeneemt, steeds tot een hoger basisniveau.

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*