Alles over jouw lichaam...

Categorie: Cel

Centriolen

Onder de ‘gewone’ lichtmicroscoop krijgt men de centriolen hoogstens te zien als kleine vlekjes, die vlakbij de celkern liggen of in een instulping van de celkern.

Met behulp van de elektronenmicroscoop, kan men de fijne opbouw van de centriolen bestuderen. Ze blijken te bestaan uit een aantal zeer dunne buisjes (9 groepen van 3 buisjes), die in een bundel bij elkaar liggen. Beide centriolen liggen altijd zó, dat hun assen loodrecht op elkaar staan.

Over de taak van de centriolen komen we iets te weten, als we de celdeling bestuderen. Bij de celdeling worden de celkern en het cytoplasma in tweeën gedeeld, waarna de beide delen als afzonderlijke cellen verder leven. In de celkern bevinden zich draadvormige organellen, die chromosomen genoemd worden.

Bij de celdeling moeten de chromosomen nauwkeurig over beide ‘dochtercellen’ verdeeld worden. Hierbij blijken de centriolen een belangrijke rol te spelen. Eerst zien we, dat het centrosoom zich verdubbelt, zodat er twee paren centriolen ontstaan. De centrosomen bewegen zich vervolgens naar tegenover elkaar liggende polen van de celkern. Wat later blijken er vanuit de centrosomen draadjes te lopen naar de celkern. De draadjes zitten vast aan de chromosomen, zodat een soort spoel ontstaat. Vervolgens trekken de draadjes van de spoel zich samen, zodat de chromosomen uit elkaar getrokken worden. Na de verdeling van de chromosomen ontstaan er snel twee geheel onafhankelijke dochtercellen.

Behalve de ‘draadjes’ die bij de celdeling een rol spelen, kunnen er uit de centriolen nóg twee draadvormige celorgaantjes ontstaan: trilharen en zweepdraden. Hoe deze omvorming in zijn werk gaat, is niet precies bekend. Trilharen komen onder andere voor op de cellen die het slijmvlies van de neus en de luchtpijp bekleden. Op deze slijmvliezen ligt steeds een dun laagje slijm. Door de bewegingen van de trilharen wordt dit slijm langzaam voortbewogen: in de neusholte in de richting van de neusgaten, in de luchtpijp in de richting van de keel. Op deze manier kan het slijmlaagje steeds ververst worden. Opvallend is de overeenkomst in bouw tussen centriolen en trilharen. Ook in de trilharen zitten fijne buisjes, die op de dwarsdoorsnede als cirkeltjes te zien zijn.

Trilharen zijn heel interessante celorgaantjes. Ze kunnen zich bewegen, prikkels opvangen en voortgeleiden, stoffen afscheiden en zich in zekere mate zelfstandig ‘voortplanten’. Opvallend is verder, dat dieren, planten en bepaalde bacteriën dezelfde trilharen blijken te bezitten. Zweepdraden komen voor bij zaadcellen. Door de krachtige slagen van de zweepdraad kan de zaadcel zich met betrekkelijk grote snelheid voortbewegen. Bij de bevruchting (als eicel en zaadcel samensmelten) verliest de zaadcel zijn zweepdraad. Ook de bouw van de zweepdraden vertoont veel overeenkomst met die van de centriolen.

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*